Iedereen kan trampolinespringen! Het enige dat er voor nodig is, is een trampoline en iemand die je kan begeleiden. Dat is mogelijk bij Gymnastiekvereniging Odival. Dat trampolinespringen in opkomst is, merk je bijvoorbeeld aan wedstrijden. Daar staan steeds meer deelnemers aan de start.
Een gymnastiekachtergrond is niet nodig voor trampolinespringen. Wel heb je begeleiding nodig. En een salto blijft een salto. Ook kun je trampolinespringen prima combineren met een andere tak van gymnastiek. Alleen het verschil met een salto turnen is bijvoorbeeld dat de oriëntatie in de lucht anders is. Wat dat betreft zijn de kenmerken van een salto bij trampolinespringen heel anders.
Het gaat er bij trampolinespringen om zo hoog mogelijk de lucht in te springen en dan in de lucht te draaien. De bedoeling is dat je zo neerkomt, dat je meteen weer goed kunt afzetten voor een volgende sprong. Het aparte zweefgevoel dat dat oplevert, is volgens de beoefenaars een fantastisch gevoel.
Naast individueel springen heb je ook het zogenaamde synchroonspringen. Dan werk je samen met je partner allebei op een aparte trampoline gelijktijdig een oefening af. Het leuke daaraan is de samenwerking met je springpartner. Tegelijk neerkomen, tegelijk afzetten en tegelijk dezelfde sprong uitvoeren. Maar waar het altijd om gaat bij sport, en dus ook bij trampolinespringen, is dat je vooral plezier hebt. Je kunt er al op jonge leeftijd mee beginnen. Als je echt aanleg hebt, wordt dat meestal herkend op de leeftijd van zo'n negen jaar.
Trampolinespringen is in de jaren dertig van de vorige eeuw ontstaan. Vijftig jaar geleden vond de eerste World Cup wedstrijd plaats. Sinds die tijd spreekt Nederland ook een aardig woordje mee en zijn er al diverse internationale medailles gewonnen. Ook heeft de KNGU al meerdere Europese en Wereldkampioenschappen georganiseerd, zoals in 2005 in Eindhoven. Nederlandse toppers die iedereen wel zal kennen, zijn Alan Villafuerte en Rea Lenders. Zij hebben ook internationale ervaring, zoals deelname aan de Olympische spelen.
Is trampolinespringen ook iets voor jou? De lessen worden begeleid door Charles Wansink. Kosten: € 41,-- per kwartaal voor één uur les per week, plus eenmalig € 10,- inschrijfgeld voor nieuwe leden. Vanzelfsprekend kan twee lessen vrijblijvend worden meegesprongen.
Odival beschikt in haar Springcentrum achter Sportwijzer aan De Mors over drie trampolines. Het Springcentrum werd officieel geopend op 12 oktober 2008 door wethouder H.J. Goudbeek. Tijdens de officiële opening verzorgde Alonka Volikov, dochter van Vladimir, een demonstratie. Kijk voor een impressie van deze feestelijke opening en demonstratie in het fotoalbum.
Adres: Springcentrum De Mors, De Mors 15, Eibergen, telefoon: 06-23557736
De geschiedenis van trampolinespringen:
Er wordt gezegd dat de eerste vorm van trampolinespringen door de Eskimo's werd beoefend.
Zij gebruikten een walvishuid om elkaar in de lucht te werpen. Zoiets als wat brandweermannen doen wanneer ze iemand opvangen die uit een brandend huis springt. Er zijn ook wel bewijzen gevonden van mensen in Engeland die elkaar in de lucht gooien met behulp van een deken. Dit kunnen wel of niet de ware feiten zijn, maar zeker is dat er begin 20ste eeuw acts werden opgevoerd waarbij de zogenaamde "verende bedden" werden gebruikt om het publiek te amuseren. Het verende bed was eigenlijk een kleine trampoline bedekt met beddengoed waarop de acrobaten meestal komische trucjes uithaalden.
De regels van trampolinespringen:
Een trampolinewedstrijd bestaat uit drie oefeningen. Als eerste heb je de verplichte oefening, die bestaat uit een aantal voorgeschreven sprongen en een aantal vrije sprongen. De nadruk bij deze oefening ligt puur op de uitvoering van de elementen, want je krijgt geen punten voor de moeilijkheidsgraad.
Daarna heb je de keuze oefening. Hier geldt hetzelfde principe als de verplichte oefening, je wordt namelijk gejureerd op de netheid van de elementen. Alleen bij de keuzeoefening is het grote verschil dat je zo moeilijk mogelijke sprongen moet combineren, om een hoge moeilijkheidsgraad te behalen. Deze moeilijkheidsgraag wordt weer bij je uitvoeringscijfers opgeteld en zo kom je aan de totale score voor de keuzeoefening. Samen met de verplichte oefening vormt deze keuzeoefening de voorronde. Na de voorronde wordt er een tussenklassement opgesteld waarna de beste 8 doorgaan naar de finale.
In die finale wordt nog 1 keuzeoefening gesprongen. De beste uit de finale wint uiteindelijk de wedstrijd.
Het materiaal wat er wordt gebruikt bij trampolinespringen:
De trampoline is een nylon mat met gevlochten banden. De mat hangt met stalen veren in een metalen frame. De randen zijn afgedekt met beschermkussens. Trampoline- springen kan hoog, heel hoog gaan. De sportzaal waar in wordt getraind moet dan ook minstens 8 meter hoog zijn. Om spectaculaire sprongen te leren waarbij je die 8 meter ook gebruikt om vele salto's en schroeven te maken, is er soms een gordel boven de trampoline. Daarmee kun je op een veilige manier nieuwe sprongen.
Specifiek gedeelte van trampolinespringen:
Het plezier dat men ondervindt bij het bekijken van trampolinespringen op hoog niveau, ligt hem vooral bij de schoonheid van 'het lichaam in beweging'. De gymnast slaagt erin zijn/haar lichaam in de ruimte onafgebroken te beheersen. De deelnemer heeft 1 minuut de tijd om én de nodige hoogte én zelfzekerheid te bereiken, voordat hij of zij begint aan zijn of haar oefening. Dit is een serie van 10 opeenvolgende sprongen. Valt een spring(st)er van de trampoline, raakt hij/zij de rand (= het blauwe gedeelte) van het toestel, of wordt hij/zij geholpen door een omstander, dan wordt op dit moment de serie als beëindigd beschouwd. Dit resulteert dan in een gereduceerde score, gebaseerd op het aantal op dat moment voltooide sprongen.
Puntentoekenning:
Bij het beoordelen van een serie sprongen worden onder meer de volgende elementen beoordeeld: de moeilijkheid, de uitvoering, de continuïteit en de hoogte van de sprongen.
Een groep van vijf juryleden beoordeelt de uitvoering op: de lichaamshouding, het bewaren van een constante hoogte en de geringe afwijking van het centrale gedeelte op het springvlak. Zij besteden geen aandacht aan de moeilijkheid van de sprongen. Dit wordt beoordeeld door een ander jurypanel voor moeilijkheid; per ¼ rotatie om de breedte-as (salto's) en per ½ rotatie om de lengte-as (schroefbeweging) wordt 1/10 p. toegekend
Techniek van trampolinespringen:
De basistechnieken zoals handen- en voetensprong, zitsprong, buiksprong, rugsprong kun je leren bij een gymnastiekvereniging maar ook tijdens een gymles. Tijdens deze basistraining leer je de juiste arm- en voettechniek, de juiste houding en fraaie landingen te maken. Kun je deze perfect uitvoeren, dan kun je meer ingewikkelde salto's en schroeven gaan proberen.
Wedstrijden:
De Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) organiseert verschillende soorten wedstrijden: ploegenwedstrijden, waarbij een ploeg bestaat uit 4 dames of heren. Ieder springt tien verplichte figuren en twee keuzeoefeningen; de oefeningen worden beoordeeld naar moeilijkheidsgraad en uitvoering van de sprongen. Bij synchroonwedstrijden springen twee dames of heren precies tegelijkertijd en even hoog. Mooi om te zien, leuk om te doen. Er zijn competities, nationale kampioenschappen, Europese en Wereldkampioenschappen in trampolinespringen.
